The last man standing

Het verhaal van de gouden medaille die Steven Bradbury in 2002 in Salt Lake City veroverde, is ronduit bizar. De Australische shorttracker leek kansloos in de 1000 meter-finale, maar won alsnog op miraculeuze wijze: op enkele meters van de finish gingen alle vier zijn tegenstanders onderuit. 

 

Juichen of niet – de hele wereld zag de twijfel op het gezicht van de Australiër op het moment dat hij de finishlijn passeerde. Uiteindelijk besloot hij het wel te doen. En wie zijn levensverhaal kent, begrijpt dat.


Steven Bradburey


Twaalf jaar training

Twaalf jaar lang had Bradbury getraind om te schitteren op de Spelen van 2002. In die jaren van training, waarin hij deelnam aan vier Olympische Spelen, kende hij echter enkele gigantische tegenslagen. Zoals in 1994, toen hij op de schaats van een tegenstander viel, met een reusachtige vleeswond tot gevolg. Er werd gevreesd voor zijn leven, maar Bradbury knokte zich terug. Anderhalf jaar voordat hij zijn gouden race zou rijden, sloeg het noodlot echter opnieuw toe. Tijdens een training kwam de Australiër zo hard ten val dat hij zijn nek brak. Kansen verkeken, zo leek het, maar opnieuw toonde Bradbury veerkracht.


Steven Bradburey

Gouden tactiek

Tijdens de Spelen in Salt Lake City was Bradbury goed, maar geen absolute wereldtop. Alleen was het geluk hem dit keer eindelijk eens gunstig gezind. Onderweg naar de finale profiteerde hij al van valpartijen van anderen en in de finale bleek zijn tactiek, vooral uit de buurt blijven van de échte kanshebbers, goud waard. In die eindstrijd met vijf finalisten probeerde de Chinees Li Jiajun in de laatste ronde op onmogelijke wijze de Amerikaan Apolo Anton Ohno in te halen. Het gevolg: die twee, plus de Canadees Mathieu Turcotte en de Koreaan Ahn Hyun-soo gingen tegen de vlakte. De verbouwereerde Bradbury kwam zijn laatste bocht uit en hoefde alleen nog maar over de finish te glijden.

 

Ware kampioen

Geluk? Onkunde? Verdiend of niet? Bradbury vroeg het zich oprecht af, net als de rest van de wereld. Onderweg naar het podium bedacht hij het antwoord. Hij had zijn gouden plak verdiend. Niet tijdens die bizarre 90 seconden van de finale, maar in de twaalf jaren daarvoor. Want wie gigantische dalen achter zich kan laten en op kan klimmen naar een Olympische finale, is een ware kampioen. De beste? Waarschijnlijk niet. De grootste? Zonder twijfel. De hele wereld zag het. Bradbury was the last man standing.