De langste dag van mijn leven

Zaterdag 6 september 2003. In het holst van de nacht stap ik met het goede been uit bed. Ook Willy is al klaarwakker. Na een ontbijt van twee bananen en enkele broodjes sta ik om 3 u 45 met knikkende knieën aan de arduinen vertreklijn bij het ronde punt Portail de l’Olivier in Bedoin. Onze cameraman laat het precies afweten. De seconden tikken af.

 

 

Ineens komt er een grote Mercedes met Franse nummerplaten de draai om en stopt pal achter ons. Mijn hartslag schiet omhoog. In een eerste reactie verwacht ik de Franse politie die komt kijken wat een afgetrainde sandwichman hier in het midden van de nacht doet. Groot is mijn verwondering als de sympathiekste Belg van Bedoin, Marcel Lemmens, uit de wagen stapt om ons veel succes te komen toewensen. De ochtendgroet is heel emotioneel. Ik heb even een traantje weggepinkt. En Willy ook.

 


Natuurlijk is ook onze cameraman Luc met zijn rechterhand Swa juist op tijd. In de schijnwerpers van TV-Limburg met op de achtergrond de vier slagen van de kerktoren duwt Marcel Lemmens me om stipt 04 u 00 op gang. Met Willy in de wagen en de voltallige tv-ploeg in mijn zog verdwijn ik in de donkere nacht.

Ik kijk rustig om me heen, ga een keer links, dan weer rechts rijden. Er valt werkelijk geen kat te bespeuren. Of toch: ineens spurt een muisje vlak voor mijn wielen de weg over. Het is muisstil, op het zacht sputteren van onze wagen na.
Af en toe hoor ik in het struikgewas iets ritselen. De oogjes van enkelereetjes schitteren in het licht van de koplampen. Wat verder ontwaren we zelfs een levensecht everzwijn. Dat waren dan onze eerste supporters. Langzaam maar zeker stijgen we. Na een goed uurtje draaien we aan Chalet Reynard links omhoog. In het chalet is geen beweging te bespeuren.
Hoe hoger we stijgen hoe mooier het uitzicht wordt. Beneden ontwaren we prachtige oranje lichtjes van de kleine Provençaalse dorpjes.
Tussendoor zorgt Luc voor prachtige beeldjes door me met zijn wagen in de schijnwerpers te plaatsen. In de schijn van de koplampen achter me kan ik de juiste cadans van 80 omwentelingen per minuut mooi aanhouden op het ritme van mijn schaduw die over de krijtwitte rotsen danst. Mijn voorste plateau is een 39 en achteraan heb ik als laatste een 26 en zelfs een 29.
De laatste kilometers zijn gewoonweg schitterend met een prachtig zicht op de verlichte dorpjes een goede 1500 m lager. Na 1 u 45 overschrijd ik voor de eerste maal de top. Mijn trouwe supporters Michel en Nans en hun kleine Fieke hebben de nacht op de top doorgebracht om er zeker van te zijn dat ze de foto van mijn eerste doortocht kunnen maken.

 

Dan komt, in het donker, de afdaling richting Malaucène. Die ligt er sinds de laatste vernieuwing in juni bij als een autostrade. Tussen twee wagens gaat het soms tegen 70 km/u naar beneden. Ik kick echt op de afdaling en moet mij soms inhouden om de wagen niet voorbij te snorren. Na 35 minuten word ik beneden uitbundig onthaald door een stel supporters onder wie Tom Kenis die daags voordien Cinglé geworden is. Zoiets doet echt plezier.

De fiets omgedraaid in het centrum dat, op enkele vroege commercanten na, nog in een diepe rust ligt. Vlug mijn volgende banaan achter de kiezen en in het halfdonker terug op zoek naar de top en de opkomende zon. Ik voel dat de wind al van de partij is en dat ik al mijn ervaring moet aanspreken en geen enkel detail onverlet laten, of ik zal in het zand moeten bijten. In een gezapig tempo met een lichter wordende hemel kom ik na 1 u 40 op de top, net iets te laat om getuige te zijn van de prachtige zonsopgang waarvan enkele supporters wel met volle teugen hebben kunnen genieten. Boven wapperen de Belgische vlag en de Zonhovense Zon broederlijk naast mekaar. Michel legt top-2 digitaal vast voor het nageslacht.


Met een warme body als een pijl richting Bedoin voor het ontbijt. Na wat Frans brood met toespijs en een verfrissing in ons vakantiecentrum Les Florans trek ik wat minder warme kleding aan.
Na een half uurtje terug naar St.-Estève aan 19 km/u om aan km 8 linksaf de route forestière te nemen en nadien het beruchte Gemzenpad. Hier krijg ik het gezelschap van mijn maat Steven. Het valt me dadelijk op dat de bosweg veel beter berijdbaar is dan in juni, toen de gaten nog niet opgevuld waren. Daardoor kan ik een redelijk tempo van 10 km/u aanhouden.
Hier kom ik een Nederlander tegen die aan een slakkengangetje serieus aan het afzien is. Hij roept me toe: “Ben jij Domi?” Ik antwoord bevestigend en hij gaat verder: “Nou, wat een feest!” Zijn hoofd loopt verder rood aan, terwijl hij op het kleinste blad van zijn tripeltje probeert recht te blijven.
In de laatste kilometers naar de top maakt de fotograaf van La Provence nog enkele actiefoto’s. In de krant van zondag komt een hele geïllustreerde reportage.
Na een goede 2 u 30 kom ik boven en verras zowaar de wachtende volgers voor top-3. Gewoontegetrouw wat warme kleding aan, een volgende banaan eten en dan snel terug naar Bedoin voor nummer 4.

 



Herinneringssteen

 

Bij Jan van restaurant Portail de l’Olivier wordt halt gehouden voor een stevig middagmaal. En wat is er in deze omstandigheden beter dan een goede spaghetti?

Samen met een paar bewonderende supporters vertrek ik voor de volgende opdracht.
Bij het afdraaien naar de route forestière staat zowaar Willem van De kale berg me met zijn vrouwtje op te wachten.
Steven houdt me in deze klim weer gezelschap. Het begint stilaan zwaarder te worden, vooral de laatste klim door het bos richting Mont Serein.
Bij het bovenkomen van top-4 moet ik me een weg banen tussen een groepje applaudisserende wielertoeristen uit Overpelt. Zij vergezellen mij later naar beneden richting Malaucène.

 

 

Ook de eerste kilometers richting top blijven ze me nog een beetje uit de wind zetten. Daarna is het alleen verder naar boven. De percentages beginnen door te wegen. Aan kilometer 9 vraag ik Willy om een beetje verder mijn MTB klaar te houden, want hier gaat de weg naar 11% stijging. Het is kwestie van in beweging te blijven en zeker geen energie te verspillen.
Enkele kilometers verder stap ik terug op de racefiets, hier zakt het stijgingspercentage tot 3%. Aan Chalet Liotard neem ik weer de MTB. Voor de slagboom verdwijn ik het bos in, richting Chalet Reynard.
Ik begin nu toch echt af te zien.
Op de Plaine des Hermitants staat de ganse ploeg me op te wachten. Hier rijd ik verder op de MTB. Ik heb alle moeite om me naar boven te hijsen. Top-5 is in zicht. Vorige maal was hier de eindstreep en werd ik de eerste Diable. Nu resten er mij nog twee. Boven staat een echte Diable me aan te moedigen… merci Christine.

 

Dan daal ik terug af tot de Plaine des Hermitants. Hier heeft Nans ondertussen een lekker potje deegwaren klaargemaakt. Ondanks de vermoeidheid geniet ik ervan. De volgers zitten aan de wijn en de muscat van Beaumes.
Ik geef Willy de hint dat het een lange nacht gaat worden. Hiermee weet hij dat ik zal doorgaan tot het bittere einde en er nog steeds ROTSvast in geloof. Ik zet alles eens op een rijtje en besluit mij een half uurtje terug te trekken in de mobilhome van Michel.
De optimistische planning is ondertussen al ver achterhaald, dat betekent: improviseren. Willy begint te rekenen en komt tot de vaststelling dat de laatste tocht over het Gemzenpad in het donker zal geschieden. Mijn fietslamp heeft het echter begeven. Hoe dat op te lossen? Even wordt er gedacht aan de brommer met een verstraler. Daarvan wordt afgezien omdat dat te gevaarlijk zou zijn. Na een gesprekje met de herder die zijn schapen naar beneden leidt, wordt er een testje gedaan met de camionette. Dat blijkt goed te werken. Probleem opgelost.

Stipt om 19 u 00 kom ik de deur van de mobilhome uit; even later daal ik verder af naar Bedoin. Dan gaat het terug omhoog tot aan Chalet Reynard. De zon is ondertussen achter de horizon verdwenen.
Op de Plaine des Hermitants krijg ik Willy met de wagen in mijn zog. Het wordt een spectaculaire tocht langs de kronkelende ravijnen. Michel maakt enkele toffe actiefoto’s en Nancy verbijt de angst.
Enkele supporters zijn nog eens speciaal naar boven gekomen om mijn voorlaatste beklimming mee te maken. Bij top-6 krijg ik zelfs een lekkere fles cadeau: merci Kris en Johan. De beide cinglés staan vol bewondering voor mijn prestatie en ook zij geloven erin.
Aan de mensen van TVL vertel ik dat ik tot op mijn tanden ben gegaan, zelfs tot op het tandvlees, maar dat ik voor de laatste tot op het bot zal moeten gaan. Ik laat me zelfs ontvallen dat ik hier nooit meer terugkom. Die opmerking valt bij Willy niet in goede aarde.
Om 23 u 28 ben ik officieel de eerste Cannibale van het Nederbelgisch Genootschap De Kale Berg!

 

Dan voor de laatste maal naar beneden, richting Sault. Even hoop ik dat mijn volgers een beetje compassie met mij gaan hebben, maar ze zijn meedogenloos: ook de beklimming tot in het centrum van Sault wordt erbij genomen. Zo hoort het ook.

En dan voor de laatste keer op naar de top. Het wordt een moeizame tocht, er lijkt geen einde aan te komen. Steven houdt mij gezelschap. Ik vorder maar zeer langzaam en begin te bibberen van de kou. Het is een kwestie van in beweging blijven. Er gaat van alles door mijn hoofd. Waar ben ik toch aan begonnen… Vluchten kan niet meer... Zelfs deze lichte kant is nu een calvarietocht voor mij.
Bij het bereiken van Chalet Reynard flikkert de top in de hoogte.
Maar dat zie ik niet meer.
Even voor 03 u 00 uur bereik ik uiteindelijk top-7. De slapers in een enkele mobilhome worden uit hun slaap opgeschrikt en vragen zich waarschijnlijk af wat hier te gebeuren staat.
Vlug een glaasje champagne en dan terug naar Bedoin, de lakens onder. Een korte nachtrust heb ik toch zeker wel verdiend.

 



Joepie, ik heb de klus geklaard en word zo de eerste Diable d’Or.
Het is waar: ík heb gefietst, maar ik heb heel veel steun gehad bij het voltooien van deze onmenselijke uitdaging. Ik dank vooral mijn echtgenote Christine, die misschien meer heeft afgezien dan ikzelf, mijn zoontje Louis, de man achter de schermen: Willy, het TVL-team: Luc, Swa en Ilse, de supporters Michel en Nans, Kris en Johan, Tom en Co, de jongens van Koti, Marcel en zeker Willem en Jacquie.
In deze contekst zijn tijden minder belangrijk. Veel belangrijker is mijn ervaring van vandaag. Inderdaad, ik heb zeven keer op één dag de Ventoux beklommen. Daar ben ik fier op, maar ik steun voor de volle honderd procent de opvattingen zoals de mensen achter dekaleberg.nl die geformuleerd hebben: zeven keer is te veel. Uit mijn mond hebben ze als spontane reactie opgetekend: “Gekkenwerk! Ik heb het gedaan, maar ik raad het iedereen af. Gekkenwerk!” Maar ook als ik na de recuperatie terugkijk op die zesde september 2003, blijf ik vol overtuiging zeggen: “Gekkenwerk! Niet doen!”

Domi Rosé en Willy Reuvis, Zonhoven (B) – 6 september 2003

 

DR en fam. direct na de finish